Lezing

Hallum, woensdag 25 maart 2026

Het ontstaan en de realisatie van het Neerlandsch Verzetsmonument sinds de oprichting van de stichting en lancering van de website.

Welkom

Mijn naam is Dimitri Gazan Ik ben geboren te Haarlem op 6 oktober 1971 en opgegroeid in Zandvoort aan zee.
Ik heb Monumentale vormgeving gestudeerd aan de Koninklijke Academie van de Beeldende Kunsten in Den Haag en theatervormgeving bij de afdeling Beeld en Geluid op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Nadien heb ik in de grafische sector gewerkt waarna ik vanwege de diagnose MS in het jaar 2000 volledig werd afgekeurd.

De volgende tekst is gegenereerd door de kunstmatige Intelligentie van de zoekmachine Google nadat ik de volgende zin er in had geplaatst:

Heel langzaam gleed men af de tweede wereldoorlog in

Google beschrijft hier treffend de sfeer van Nederland gedurende de jaren ’30. Hoewel de Duitse inval op 10 mei 1940 als een verrassing kwam voor sommigen, was het een proces van jaren waarin neutraliteit, angst en economische crisis hand in hand gingen. Veel burgers koesterden de hoop dat hun land gespaard zou blijven, een houding die achteraf vaak als een ‘staat van ontkenning’ wordt omschreven.

Er was dus een Economische crisis van heb ik jou daar en de opkomst van totalitaire regimes: De beurskrach van 1929 leidde tot massale werkloosheid en onvrede, wat de weg vrijmaakte voor extremistische partijen.
Adolf Hitler kwam in 1933 aan de macht en begon direct met de herbewapening van Duitsland, in strijd met het Verdrag van Versailles.

Frankrijk en Groot-Brittannië voerden een politiek van verzoening (“appeasement”) tegenover Hitler. Ze gaven toe aan zijn territoriale eisen (zoals de annexatie van Oostenrijk en delen van Tsjechoslowakije) in de hoop een nieuwe oorlog te voorkomen.

De Volkenbond was te zwak om agressie te stoppen, zoals in 1935 toen Italië Ethiopië binnenviel en Japan acties ondernam in China.

Van de herbezetting van het Rijnland (1936) tot de annexatie van Oostenrijk (1938) en de invasie van Polen (1 september 1939), elk moment leek een “incident” in plaats van een directe wereldoorlog, waardoor men pas te laat besefte dat het conflict onvermijdelijk was.

Het was een proces van lafheid, onderschatting en de wanhopige hoop op vrede, die uiteindelijk leidde tot de verwoestende Tweede Wereldoorlog.

Graag wil ik iets vertellen over hoe ik op het punt ben gekomen om mijn website: Het Neerlandsch Verzetsmonument te gaan ontwikkelen en wat daar verder allemaal uit is voortgekomen.

Ik heb in 2015 dit digitale monument gecreëerd waarmee ik verzetsstrijders wilde eren die zich hebben ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland en koloniën. Sinds 2017 is hiervoor ook een stichting opgericht en vandaar uit werd vervolgens de officiële website gelanceerd.

Om misschien de verwachtingen wat te temperen ben ik niet van plan om haarfijn de fysieke routekaart uit te gaan leggen waar, welke informatie precies is te vinden op deze uitgebreide website. Daarentegen ben ik uiteraard ten alle tijden bereid om iemand persoonlijk hierin wegwijs te maken.
Dit kan per email: info@neerlandschverrzetsmonument.nl, Whatsapp of telefoon: 06-20259618

Een korte uitleg over de database ben ik wel verschuldigd. De website is misschien eerder te beschouwen als een soort boekwerk met daarin de namen van inmiddels 61.862 verzetsstrijders die verbonden kunnen worden met een flinke set bronnen die hun verzetsdaden kunnen bevestigen. Inmiddels zijn hiervoor meer dan 160, voornamelijk digitale bronnen verzameld die te vinden zijn in de Legenda.

Iedere naam is voorzien van enkele of meerdere voornamelijk digitale bronverwijzingen. Deze bronnen kunnen bestaan uit scans van getypte en/of handgeschreven documenten. Sommige teksten kunnen volledig zijn gedigitaliseerd middels OCR, Optical Character Recognition (software die getypte of geschreven velletjes papier kunnen herkennen en omzetten in tekst) andere teksten zullen met het blote oog moeten worden geïdentificeerd. Daarnaast zijn er de websites die geschiedkundige en biografische info verschaffen.

De database is inmiddels verworden tot de grootste digitale verzamellijst met namen van verzetsstrijders van Nederland. Hierbij komt het er ook eigenlijk op neer dat ik dagelijks onderzoek BLIJF verrichten naar al deze 61862 personen.
Ook heb ik inmiddels een 50 tal genealogische onderzoeksprojecten ontwikkeld. Hierbij kunnen tal van extra bronnen worden toegevoegd om personen biografisch te kunnen duiden. Het genealogische aspect van deze projecten, oftewel het stamboomonderzoek is een gereedschap waarmee bijvoorbeeld dubbele namen van elkaar probeer te onderscheiden op basis van geboorte of sterftedatum, plaats van herkomst.
Telkens wanneer ik enkele individuen of complete lijsten met verzetsstrijders toevoeg aan de website, loop ik kans dat sommige namen lijken overeen te komen, maar dat hoeft natuurlijk niet per sé te gaan om dezelfde persoon. Dit proces van filteren is een vrijwel dagelijkse routine die ik volg om de kwaliteit van het monument te verbeteren.

Het NV (Neerlandsch Verzetsmonument) wordt tegenwoordig door menigeen beschouwd als een opzichzelfstaande bron die dagelijks door gemiddeld 20 personen wordt geraadpleegd. Het werkt als een soort vertrekpunt voor beginnende en gevorderde onderzoekers die privé of biografisch/wetenschappelijk onderzoek willen doen. Het publiek dat met enige regelmaat contact zoekt met de stichting, bestaan uit direct en indirecte nabestaanden, geïnteresseerden, onderzoekers in opdracht van lokale historische verenigingen, auteurs, historici, doctoren, professoren, documentaire makers, journalisten, et cetera.

Wie zijn mijn bezoekers? Voor wie doe ik dit eigenlijk?

Zoals ik ooit als leek was op het gebied van onderzoek, begon ik te speuren naar het verleden van mijn opa waar ik later meer over zal gaan vertellen, zo wil ik anderen met behulp van mijn database diezelfde kans bieden. Ik probeer die eerste springplank te zijn aan het begin van een zoektocht, waarbij direct de naam naar boven zou kunnen drijven in de eerste zoekresultaten van Google.

Wanneer website bezoekers mij contacteren wijs ik ze graag de weg voor verder onderzoek, en in bepaalde gevallen biedt ik ze soms webruimte aan om hun persoonlijke verhaal te kunnen vertellen in de zoektocht naar kennis over het verleden van een familielid of persoon diens verleden een nadere toelichting verdient. Hiermee kan de omschreven persoon die soms ontbreekt in de database met behulp van deze getuigenis een originele bron gaan vormen waardoor deze persoon onderdeel kan worden van de database. Met andere woorden, er komt geen persoon in de database voor ZONDER een bronverwijzing.

Inmiddels zijn er nu al 41 getuigenissen in te zien.

Tijdens het proces van het produceren van een getuigenis begeleid ik mensen soms in hun zoektocht naar meer informatie en bespreken we in het kort de inhoud. Hier en daar probeer ik de tekst grammaticaal te verbeteren. Wat ook wel eens voorkomt is dat iemand laag geschoold is en moeite heeft het verhaal te samenvatten. Kan ook zijn dat iemand al jaren in bijvoorbeeld Amerika woont en nog amper Nederlands spreekt. Een getuigenis brengt soms bewust of onbewust een hoop emoties met zich mee. Daar probeer ik dan zo zorgvuldig mogelijk mee om te gaan. Ik weet wat het betekend om te worden gediagnostiseerd met een tweede generatie oorlogstrauma.

Definitie van verzet

Decennia lang werden de definities van verzet bepaald door dr Lou de Jong van het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie). Hij was de auteur van de omvangrijke serie boeken die verschenen tussen 1969 en 1994, getiteld: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.
Hierbij moet absoluut worden aangemerkt dat de rol van vrouwen in het verzet sterk door De Jong werden onderbelicht of in sommige gevallen zelfs niet erkend. In de hedendaagse literatuur worden vrouwen helaas nog steeds vaak over het hoofd gezien. Op dit vlak valt er dus nog een hoop werk te verrichten! Voorlopig is 17% van de 61862 personen op het NV van het vrouwelijke geslacht.

Volgens het NIOD wordt het totaal aantal verzetsdeelnemers tijdens de gehele bezettingstijd geschat op 45.000. Dit staat dus behoorlijk in contrast met mijn database. Dit verschil van 33% hangt samen met een meer actuele opvatting waarmee de definities van verzet ruimer worden geïnterpreteerd.

Volgens het Nationaal Vrijheidsonderzoek in 2006 van Het Nationaal Comité 4 en 5 mei wordt daar tegenover gesteld dat ongeveer vijf procent van de bevolking actief was in het verzet, eveneens vijf procent werkte actief mee met de Duitsers en de rest was niet ‘fout’ maar steunde ook geen verzet of vervolgden en ging zo goed en zo kwaad als dat ging door met het dagelijkse leven. Volgens het Verzetsmuseum Amsterdam telde Nederland in de bezettingsjaren 9 miljoen inwoners. Daarmee komt het totaal aantal geschatte verzetsplegers op een aanzienlijk ruimere getal uit van 450.000 mensen. Mijn database omvat hier voorlopig dus nog slechts 13,3% van.

De meest actuele definitie van verzet die door mij wordt gehanteerd is als volgt te omschrijven:
Het plegen van een verzetsdaad is een meervoudig begrip. Het kan betekenen dat men op verschillende manieren afkeuring laat blijken ten opzichte van de bezetter. Het zou bijvoorbeeld in kunnen houden dat men helpt illegale kranten te maken en/of te verspreiden. Daarbij speelt het koerierswerk geen onbelangrijke rol. Behalve het gewelddadige verzet zoals het plegen van overvallen op distributiekantoren voor het bemachtigen van voedselbonnen, het plegen van aanslagen op strategische stellingen of mensen, is er ook het bespioneren van de vijand. Ook hier speelt zeer zeker het koerierswerk een belangrijke rol.
Er waren ook mensen die hulp boden aan geallieerde piloten, joodse onderduikers en mensen die de Arbeitseinsatz probeerden te ontlopen. Er werden ook vluchtroutes verzorgd voor Joodse mensen en geallieerde piloten waarbij ook langs de route tijdelijke opvanglocaties werden geregeld.

Ookal was de daad van verzet soms licht, altijd bestond de kans dat je geschaard zou kunnen worden bij een groep mensen die als represaille werd geëxecuteerd. (Een Represaille staat voor een vergeldingsmaatregel of wraakactie, meestal als reactie op een eerdere vijandige handeling of verzetsdaad.)

Het wordt eveneens beschouwd als een daad van verzet wanneer iemand heeft deelgenomen aan stakingen. Vergeet hier ook vooral niet het drama dat geschiedde toen de bezetter zich genoodzaakt voelde om hier gruwelijk hard tegen op te treden. Zo werd er bijvoorbeeld een noodverordening uitgevaardigd dat beval dat je na een bepaalde tijd in de ochtend je niet meer op straat mocht begeven om zodoende de staking proberen te voorkomen. Vervolgens reden de Duitsers met een pantservoertuig door de straten om daarmee lukraak om zich heen te gaan schieten VOORDAT de noodverordening in ging. Daarmee zijn een hoop slachtoffers gevallen!

Onlangs is het boek Een land in verzet gepubliceerd dat is samengesteld door Mirjam Lange en Paul van Tongeren. Dit is een van de meest recente publicaties die de definities van verzet weer onder de schijnwerper proberen te brengen. Op de achtergrond heb ik aan deze publicatie meegewerkt om de definities in een zo modern mogelijke opvatting te weerspiegelen. Het initiatief om dit boek te gaan schrijven werd voor de auteurs getriggerd door de NTR serie Het verhaal van Nederland. Hierin werd gesuggereerd dat het verzet in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog ondermaats was. Nabestaanden van verzetsstrijders voelden zich bijzonder gekwetst door deze assumptie.

Ik nam deel aan een discussie hierover met enkele nabestaanden waaronder een aantal prominente Nederlanders Zij hadden een advocaat ingeschakeld om een brief te laten opstellen waarin een correctie werd geëist bij deze aflevering. Ook werd een brief de media in geslingerd waarin ze hun protest kenbaar maakten.

De NTR was daar niet van onder de indruk, zo kon ik lezen in hun antwoord op de brief. Zij hielden vast aan het programma concept: infotainment. Hierbij is het geoorloofd een persoonlijke visie weer te geven die niet per se overeen hoeft te komen met de feitelijke werkelijkheid.

Nadat ik dit las gaf ik de protesteerders te kennen dat zij zich op een kansloze missie begaven. Het programmaconcept waarmee schoolgaande jeugd wordt geconfronteerd kan succesvol zijn mits de docent feiten van fictie weet te onderscheiden. Daar ben ik het absoluut mee eens. Maar dat lijkt mij niet een afdoende deurstopper. Eventueel een disclaimer bij de aflevering plaatsen stond de NTR ook niet toe. Zij volharden in hun concept. Het infotainment idee zou je eventueel aan kunnen vechten, maar met de vrijheid van meningsuiting schatte ik de protesteerders ook kansloos. Ik betitelde de bewering van de serie over het gehalte van verzet in Nederland als kort door de bocht. Dat vonden zij een te magere bewoording hiervoor. Het enige wat er dan ook is bereikt in mijn ogen, is dat het oordeel over de uitlating in die serie publiekelijk is gedeeld. Meer kun je er niet van maken en dat is ook zo gebleken achteraf.

Terugkomend op de definitie van verzet ga ik er persoonlijk wel van uit dat in de komende jaren vast wel weer een vernieuwd inzicht op de proppen zal komen over wat verzet precies inhield en hoeveel mensen dan daadwerkelijk zich daarvoor hadden ingezet. En dat is natuurlijk terecht, want geschiedenis behoort zichzelf van tijd tot tijd te herschrijven dankzij onze voortschrijdende inzichten. Wellicht is dit proces altijd een gevecht tegen de bierkaai van lessen niet geleerd uit ons verleden maar hoop doet leven, zullen we dan maar zeggen. Anderzijds kunnen delen van onze geschiedenis misschien gecensureerd gaan worden in de toekomst wanneer we bestuurd gaan worden door extreem rechtse partijen.

Ik wil het ook graag hebben over een incident met betrekking tot Stichting 1940-1945. Deze stichting verleent diensten aan verzetsdeelnemers, vervolgingsslachtoffers en burger- oorlogsslachtoffers uit de jaren 1940-1945. Een ex-medewerker beweerde tegenover mij dat de stichting een scheidslijn hanteerde voor het plegen van verzetsactiviteiten. Vonden ze plaats VOOR of NA Dolle Dinsdag? Als een persoon verzetsdaden erna had gepleegd, verviel daarmee het recht op een verzetsuitkering.

Dolle Dinsdag is een term uit de Tweede Wereldoorlog als aanduiding voor dinsdag 5 september 1944. Op deze dag speelden zich in heel Nederland emotionele taferelen af, naar aanleiding van de berichten dat het land nu elk moment bevrijd kon worden van de Duitse bezetting. De geallieerden hadden namelijk in de voorgaande dagen in hoog tempo terrein gewonnen.

De assumptie van de ex-medewerker vroeg om nader onderzoek. Had ik hier te maken met een broodje aap? Ik kon het gewoon amper geloven dat die scheidslijn werd gehanteerd om een uitkering wel of niet toe te kennen. Ik probeerde Stichting 1940-1945 hierover te benaderen. Meerdere malen sprak ik iemand die er niet het juiste over wist te vertellen maar voelde wel de importantie van mijn vraagstelling. Uiteindelijk werd er een terugbelverzoek ingediend zodat ene heer Veth mij hierover te woord kon staan.

Ondertussen belde ik op advies van de stichting, de overheid om mij te informeren bij iemand die alles wist over de Wet Buitengewoon Pensioen i.v.m. de toekenning van een verzetsuitkering. De spanning liep duidelijk op in het gesprek en kreeg te maken met een spervuur aan informatie met hier en daar wat vragen waarvan herhaaldelijk werd afgevraagd wat mijn motivatie was om informatie over dit onderwerp op te vragen. Had het misschien te maken met een bepaald individu die ik voor ogen had? Was het wellicht familie van mij? WAAROM WILDE IK DIT ALLEMAAL WETEN??? Mijn antwoord was eenvoudig. De wetenschap, het gaat mij puur om de wetenschap. Ik werd uiteindelijk toch weer teruggeduwd richting stichting 1940-1945 omdat zij altijd leidend zijn in het advies of een persoon recht heeft op een uitkering.

Gelukkig werd ik een uur later teruggebeld door de heer Veth waarbij het al vlot duidelijk werd dat ik verkeerd ben ingelicht. Veth suggereerde dat hij wel wist van wie deze valse informatie afkomstig was. Hierover klapte ik niet uit de school. Ik beschermde mijn bron. Vervolgens kreeg ik een kleine toelichting over de bepaalde criteria die vroeger werden gehanteerd om te bepalen wanneer men wel of niet onder HUN definitie van verzet viel. Daarbij werd men soms afgewezen voor een uitkering op basis van de duur van het plegen van verzet. Kon een maanden kwestie zijn. In andere gevallen vielen bijvoorbeeld structureel ook Engelandvaarders figuurlijk buiten de boot!

Tot slot werd me iets verteld over de term “Septemberridders”. Dit werd toentertijd soms spottend gebruikt voor mensen die zich pas heel laat bij het verzet aansloten toen de overwinning nabij leek, maar dit deed niets af aan de officiële erkenning van hun daden als onderdeel van het Nederlands verzet volgens de stichting.

Het Waarom ik dit wilde weten hoe het zat met die valse scheidslijn heeft puur te maken met de verantwoordelijkheid die ik voel om mensen juist te informeren wanneer ik door hen wordt benaderd.

Genealogische Onderzoeksprojecten in ontwikkeling:

Het Engelandvaarders erelijst 1940-1945 project heeft inmiddels 3346 personen geïdentificeerd. Deze aantallen overstijgen qua omvang elke afzonderlijk beschikbare bron met betrekking tot Engelandvaarders tot dusverre. Reden hiervoor is wellicht dat de definitie van een Engelandvaarder in een breder spectrum wordt beoordeeld dan menig andere categorie verzetsstrijder. Wikipedia draagt hier een behoorlijke steen aan bij. Persoonlijk heb ik wat moeite met het accepteren van de Engelandvaarders bij de Koopvaardij. Deze mensen zijn in mijn ogen gewoon onder contract en hadden hun werk uit te voeren of ze nu wilden of niet. Ik bespreek dit soort kwesties regelmatig met experts op dit gebied. Ook al werd de scheepvaart ingezet om de geallieerden te bevoorraden bijvoorbeeld, dan is het nooit de keuze geweest van de werknemer om daar aan bij te dragen. Bovendien was er een enorme economische crisis gaande. Men had de luxe gewoon niet om vrijwillig te bepalen of zij hieraan wilden deelnemen of niet. Ze waren TE afhankelijk van hun inkomen voor bijvoorbeeld een heel gezin.

De lijst met categorieën Engelandvaarder volgens Wikipedia luidt als volgt:

– Engelandvaarders die Engeland niet haalden
– Engelandvaarders die in Engeland bleven
– Engelandvaarders bij de Royal Air Force of Marine Luchtvaartdienst
– Engelandvaarders over land
– Engelandvaarders over zee
– Engelandvaarders bij de Marine
– Engelandvaarders bij de Koopvaardij
– Engelandvaarders bij de Prinses Irene Brigade
– Engelandvaarders bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger
– Engelandvaarders die in de oorlog naar Nederland terugkeerden en overleefden
– Engelandvaarders die in de oorlog naar Nederland terugkeerden maar niet overleefden
– Agenten die slachtoffer werden van het Englandspiel

Een soortgelijk fenomeen over de vraag hoe ruim je de definitie(s) van verzet kunt interpreteren heeft bijvoorbeeld betrekking op de joodse database van Yad Vashem.
In 1963 startte zij een ​​wereldwijd project om eer te betuigen aan de Rechtvaardigen onder de Volkeren die hun leven riskeerden om Joden te redden tijdens de Holocaust. Dit is een unieke en ongekende poging van de slachtoffers om individuen te eren uit de landen van daders, collaborateurs en omstanders, die aan de zijde van de slachtoffers stonden en handelden in schril contrast met de heersende onverschilligheid en vijandigheid in de donkerste periode van de geschiedenis.

Naast het vermelden van de huwelijkspartner in hun database, worden ook de kinderen, ongeacht hun leeftijd gehonoreerd met een erkenning als zijnde personen die Joden hebben geholpen onder te duiken. Dit mag gerust een heel bewonderenswaardige progressieve benadering genoemd worden van de criteria over wie wel of niet viel onder de definitie van verzet. Minderjarigen worden gelijkgeschaard met de volwassenen. Zo noem ik in mijn database bijvoorbeeld ook minderjarige meisjes die koerierswerk hebben verricht. Toch heb ik persoonlijk meer moeite met minderjarigen als het de ouders zijn, die de onderduikers herbergden. De rol van minderjarigen bij koerierswerk vind ik duidelijker. Een niet mis te verstane verzetsgroep dat was gebolwerkt op koerierswerk was dat van de Groep Rolls Roys. De meiden reden op fietsen met houten banden soms dagen achtereen van schuiladres naar schuiladres van Noord tot Zuid van Oost naar West Nederland.

5 Jaar geleden ben ik begonnen met Het Joodse mensen in het verzet ’40-’45 project. Tot op heden heb ik daarvoor 1444 namen weten te verzamelen. Op aanraden van voedseldeskundige en auteur Martijn Katan heb ik besloten voor dit project statistieken bij te gaan houden zoals het geslacht en over het soort verzetswerk dat werd gepleegd. Welke wetenschap daar uit valt te destilleren weet ik nog net zo niet. Er zullen ongetwijfeld veel meer joodse mensen verzet hebben gepleegd dan de namen die ik tot dusverre heb verzameld. Volgens mij noemt Katan ook geen serieuze aantallen in zijn boek Geen Makke schapen: een persoonlijke geschiedenis van joods verzet.

Dit project wordt met opzet niet expliciet vermeld op mijn website bij wijze van bronverwijzing in de legenda. Het project is daarentegen wel vindbaar op mijn projecten pagina. Ik wil daarmee voorkomen dat er een vergelijk zou kunnen worden gemaakt met het verplicht dragen van de ‘Jodenster’ destijds. Zo is er een levendige discussie geweest op de genealogische website Geni.com of je profielen van slachtoffers van de holocaust zou moeten voorzien van een Davidsster of niet.

Het Pilotenhelpers project is ontwikkeld om naast de mannen ook de vrouwen te te identificeren als pilotenhelper die niet expliciet werden gehonoreerd met een onderscheiding in welke gradatie dan ook, ondanks dat zij wel degelijk deel uitmaakten van diezelfde huishouding indien onderduik werd verleend. Daarbij heb ik NOG niet hetzelfde pad bewandeld als Yad vashem met hun Rechtvaardigen onder de volkeren database waarbij ook de kinderen worden gehonoreerd, meerderjarig of niet. In dit project lijkt overigens de verhouding man-vrouw voorlopig uit te komen op ongeveer 70-30%. Dat is haast een verdubbeling van het percentage vrouw op het Neerlandsch Verzetsmonument.

Graag wil ik met jullie een dossier delen dat gaat over Cornelis Bol, die verantwoording aan de geallieerden moest afleggen omtrent zijn pilotenhulp. Dit dossier toont aan hoe complex een situatie zich voor kan doen, waarbij men twee rollen vervuld. Een die van verzetspleger en een ‘verrader’ tegelijk.

Hier de getuigenis van zijn vader over wat er zich had afgespeeld:

Op 21 februari 1944 vloog er boven Zegveld een Amerikaans vliegtuig, omringt en beschoten door Duitse jagers. Alle mensen aldaar sloegen dit luchtgevecht met spanning gade totdat het Amerikaanse toestel rakelings over het dak van de boerderij van mijn zoon Cornelis Bol, omlaag streek en een paar honderd meter verderop in de grond sloeg waarbij alle inzittenden om het leven kwamen. Twee van hen waren vlak daarvoor met parachutes uit het vliegtuig gesprongen en kwamen op het land van mijn zoon terecht. Als vanzelfsprekend melden zij zich om hulp bij zijn woning die hij vervolgens aan hen verschafte in de vorm van water om zich mee te wassen en een glas wijn. De ontboden dokter verbond hun schrammen ter plaatse en nam ze in zijn auto mee naar huis om het daar vervolgens de wonden aldaar grondiger te kunnen behandelen. Dit alles vond plaats onder onder grote belangstelling van het gehele dorp. Een half uur later kreeg mijn zoon bezoek van Duitse militairen, die vanaf de luchtpost te Woerden het dalen van de twee parachutisten hadden gespot. Hoewel verbergen uitgesloten was, kon mijn zoon bij hun verhoor het niet voor zich houden en gaf een kort ‘onvolledig’ antwoord wat alleen vertraging veroorzaakte in het vinden van de twee gestrande piloten bij de dokter. ‘s Avonds werd mijn zoon ontboden bij de Duitsers om nader inlichtingen te geven hierover. Samen met de dokter werden zij vastgehouden; eerst zes weken in Rotterdam, daarna 10 weken in Amersfoort. Tenslotte werden zij voor het Krijgsgericht te ‘s-Hertogenbosch vrijgesproken.

Roskott, A. En dit is het verhaal van de bewuste arts dr. Arthur Roskott, die deze twee gewonde piloten behandelde.

In de middag van 21 februari 1944 kwamen er 9 Duitse jagers die de zware Amerikaanse bommenwerper aanvielen. De bommenwerper werd brandend neergeschoten. Twee inzittenden ontsnapten met parachutes en landden in de buurt van een boerderij in Zegveld. Het waren Barclay W. Glover uit Philadelphia en Charles W. Barnthson uit Kansas. De dokter ging naar de boerderij en bracht de Amerikanen in zijn auto naar huis, want ze waren behoorlijk gewond. Hij verzorgde hun wonden, gaf ze wat gin om zich beter te voelen en wilde dat ze aan de Duitsers ontsnapten en zich ergens verstopten. Maar ze leken in een roes te verkeren en wilden niet weggaan. Enige tijd later kwamen de Duitsers en namen hen gevangen. Natuurlijk hadden de Duitsers hun vliegtuig zien neerstorten vanaf een post in de buurt en vroegen een boer waar de Amerikanen naartoe waren gegaan. Na een kwartier werd de dokter gebeld om naar de Duitsers te gaan omdat ze wilden dat hij een aantal vragen beantwoordde. Hij ging erheen en werd gevangengenomen. Eerst in Woerden, later in Gouda en vandaar in “Het Haagse Veer”, een politiegevangenis; daar werd hij vastgehouden tot 7 april. Die dag werd hij naar het concentratiekamp Amersfoort gestuurd en als politieke gevangene behandeld. Op 13 juni werd hij vrijgelaten door het Feld-Kriegsgericht te ‘s-Hertogenbosch en mocht hij op verzoek direct naar huis, zonder zijn bezittingen die hij in Amersfoort had achtergelaten (trouwring en identiteitskaart).

Na onderzoek van dit dossier is volgens Wikipedia gebleken dat de Duiters Cornelis Bol en dr. Arthur Roskott uiteindelijk vergevingsgezind waren.
Bol sloeg weliswaar al na een kwartier door tijdens het SD verhoor en gaf de verblijfsplaats door van de 2 parachutisten, desondanks werd hij na de bevrijding voor zijn verraad vermoedelijk nooit bestraft. Dit zeg ik omdat ik daar geen verdere gegevens over kunnen vinden. Wellicht had de gevangenschap door de Duitsers meegespeeld in de afwegingen en werd er geoordeeld dat hij daarmee al voldoende straf had uitgezeten? Verder hebben de piloten Barnthson en Glover 14 maanden lang in krijgsgevangenschap vastgezeten in kamp Amersoort. Daarmee hebben ze de oorlog kunnen overleven.

Je zou jezelf af kunnen vragen wat iemand ertoe heeft gedreven om verraad te plegen. Geld kan een rol hebben gespeeld, maar marteling of dreiging de partner of kinderen om te brengen behoorde ook tot de mogelijkheden waardoor het zwijgen werd verbroken. Het is niet voor iedereen weggelegd om in dit soort situaties de rug recht te houden en niet te bezwijken onder het terreur. Bij verraad waren de gevolgen rampzalig natuurlijk. Hierdoor werden tal van mensen opgepakt en afgevoerd naar de kampen of gewoon regelrecht geëxecuteerd.

Hoe is Het Neerlandsch Verzetsmonument nu eigenlijk ontstaan?

Sinds 2000 ben ik volledig afgekeurd vanwege de ziekte Multiples Scleroses en kon ik mijn loopbaan in de grafische sector vaarwel gaan zeggen, zonder al teveel tegenzin, moet ik eerlijk bekennen. Nog niet wetende dat mijn rijkelijk late diagnose ADHD, mijn carrière mogelijkheden al behoorlijk hadden beperkt, kwam daar de diagnose MS dus nog eens bovenop.
Ik zag mijn kans schoon om fulltime te kiezen voor mijn kunstenaarschap. Daarbij legde mijn vermoeidheid mij wel enige beperking op als dagelijks symptoom. In de jaren die daarop volgden heb ik mijn werkwijze daarop aan moeten passen.

Tijdens de voorbereidingen in het jaar 2000 van een grote kunstmanifestatie die ik op Texel met het kunstenaarscollectief WAANTIJ organiseerde, slingerde ik op een avond spontaan de naam van mijn opa in de Google zoekmachine. Direct waren de eerste 3 hits raak tot mijn zeer grote verbazing!!!

Er werd doorverwezen naar de website van Kamp Amersfoort. Mijn Hongaarse opa, László Weiss zou daar in het kamp hebben gezeten alwaar hij daar twee muurschilderingen zou hebben gemaakt van het kamp.
In een directe reactie hier op, betoog mijn moeder dat ze niet beter wist dat haar vader WEL in Kamp Vught had gezeten maar NIET in kamp Amersfoort!

In het herinneringscentrum van kamp Amersfoort, gesitueerd in het voormalige kantoor van de kampkommandant Kotalla waren de twee muurschilderingen ontdekt in 1972. Ze waren tevoorschijn gekomen nadat beplating van de wanden waren getrokken. De ene voorstellingen beeld de gevangenen uit in een arbeidscommando, de andere een bovenaanzicht van het kamp. In 2000 werden de schilderingen gerestaureerd en werd het gebouwtje vernieuwd en vergroot.

De ex gevangene Jacques Kopinsky zou de schilderingen hebben herkent. Volgens hem was mijn opa de maker ervan. Mijn opa moest volgens hem chef decoratie meester zijn geweest in de Bijenkorf te Amsterdam bovendien. Flinke subsidies werden in de wacht gesleept om de schildering te herstellen. Er werd een koperen plaatje bij geplaatst met daarop de naam van mijn opa.

Mijn contactpersoon aldaar, Annemiek Littlejohn had een goede relatie met Kopinsky, die inmiddels niet meer in goede gezondheid verkeerde. Althans, hij bleek niet meer goed in staat te zijn om zijn getuigenis nogmaals te bevestigen. Wat hoogstwaarschijnlijk op de achtergrond meespeelde is dat ik steeds sterkere aanwijzingen verkreeg dat mijn opa echt niet daar geweest had kunnen zijn.
In werkelijkheid tekende mijn opa portretten bij de ingang van de bijenkorf. Eveneens was daar een kazerne gesitueerd alwaar hij Duitse soldaten portretteerde. Deze Kopinsky stond wel in documenten die erop wezen dat hij werkzaam was geweest in de Bijenkorf. Samen heb ik met Littlejohn ook nog eens de personeelslijsten doorgespit bovendien waarbij alleen maar de naam van Kopinsky boven kwam drijven.

Aan de hand van een flinke tandartsrekening uit kamp Vught die mijn oma cynischer wijs nog te betalen had, kon ik na 2 jaar onderzoek aan tonen dat mijn opa NOOIT in Amersfoort geweest had kunnen zijn.
Het koperen naamplaatje werd eindelijk verwijderd. Cees Biezeveld, destijds directeur van het Nationaal Monument Kamp Amersfoort besloot de pers in te gaan lichten over dit historische misverstand. Hij weidde hier een artikel aan met als titel: Getuigenissen behoeven soms revisie. Ook de lokale pers berichtte er over.

Later heeft Biezeveld zetel genomen in mijn comité van aanbeveling.

Tijdens mijn zoektocht heb ik vele instanties gesproken die met grote interesse en ondersteuning mijn onderzoek hebben gesteund. Daarbij kwam ik veelvuldig in contact met senior medewerker Harmen Snel, van het Amsterdams Archief (Bekend van het Tv-programma ‘Het verborgen verleden’. Een populaire NTR-documentaire waarin bekende Nederlanders hun stamboom en familiegeschiedenis onderzoeken. Dankzij hem ontdekten we dat mijn opa ook stond geregistreerd als communist. Daarnaast zou hij Rooms Katholiek zijn van gezindte terwijl Littlejohn van Kamp Amersfoort toch echt er van overtuigd was dat László af moest stammen van de zigeuners Roma of Sinti.
(Later werd Harmen Snel ook lid van mijn comité van aanbeveling)

De kwestie Joods zijn werd dus in officiële documenten tegengesproken, hoewel een getuigenis van wijlen oud VVD politicus Henk Vonhoff dit serieus betwistte. Mijn opa zou in het bijzijn van de jonge Vonhoff, Jiddisch hebben gesproken met Paul Citroen van de Vrijheidsbond, voorloper van de VVD terwijl mijn opa daar bezig was om een reusachtige billboard te beschilderen in verband met aankomende verkiezingen. Ook mijn oma wist niet beter dan dat hij van Joodse komaf was. Helaas is Vonhoff relatief kort na ons telefoongesprek overleden.

Er speelde nog een andere prangende kwestie of mijn opa en oma goed en/of fout waren geweest in de oorlog. Daar kleeft heel begrijpelijk een hoop emotie aan vast binnen familiaire kring!
Mijn opa tekende portretten van Duitse soldaten en maakte billboards voor Duitse sportfeesten in het Olympisch Stadion. Mijn Duitse oma die in Keulen was geboren, werkte een jaar lang bij de SD als steno typiste.
Hier tegenover staat dat zij samen een Jodin in onderduik hadden genomen. Om die reden bleek mijn opa te zijn verraden en werd hij vervolgens opgepakt, inclusief een tas vol vervalste identiteitspapieren. (Het bestaan van deze tas komt voort uit de getuigenis van mijn oma). Hij werd afgevoerd naar Bergen Belsen alwaar hij zou zijn omgekomen aan de gevolgen van vlektyfus. Gedurende het hele kampen traject van Vught, Sachsenhausen met als eindstation Bergen Belsen is zijn joodszijn blijkbaar nooit ontdekt.
Mijn oma kon de dans ontspringen omdat zij nog drie jonge kinderen in huis had groot te brengen.
Na de oorlog heeft mijn oma zeker een motief gehad om het verzetsverleden en het Joodszijn van haar man te benadrukken omdat zij, zoals zovelen, het zeer moeilijk had om rond te komen. De instanties hadden daar toch andere ideeen over en waren niet zo gretig om haar in een onschuldig daglicht te plaatsen wegens hun houding tegenover de bezetter. Het in onderuik hebben van een jodin deed daar blijkbaar niets aan af.

Onlangs is het Oorlog voor de rechter project gestart. Na de oorlog werd er binnen de bijzondere rechtspleging onderzoek gedaan naar collaboratie. Er zijn ±425.000 personen onderzocht. Niet iedereen kwam voor een rechter, werd veroordeeld. Nu kunnen de dossiers worden ingezien. Hierbij kunnen ook slachtoffers, verzetsdeelnemers en getuigen voorkomen op deze website. Mijn oma is er op te vinden. De dossiers heb ik al lang gelden ingezien. Hierin zaten briefwisselingen met instanties waarin argumenten werden uitgewisseld of hun houding tegenover de Duitsers. Daaruit is in ieder geval gebleken dat zij nooit is bestraft werd voor haar opstellingen tijdens de bezetting.

Tal van rechtszaken hebben plaatsgevonden na de oorlog om de schuldigen te bestraffen. Doch hier kwam de klad in. Men wilden uiteindelijk niet meer terugkijken naar het verleden en liever voort gaan met de wederopbouw van Nederland. Dit zag je ook terug in de veroordelingen die steeds milder van aard werden.

(Alle bevindingen van mijn zoektocht over het verleden van mijn opa zijn te vinden op de website: De Roland Courant – weblog over het leven en de nasleep van László Weiss)

Geni.com en het curatorschap

Met al mijn onderzoekservaring in de achterzak werd ik uitgenodigd om vrijwillig curator te worden op de populaire joods Amerikaanse genealogische website: Geni.com. Ik was hier al jaren actief. Grotendeels heb ik daar de Nederlandse slachtoffers van de holocaust genealogisch in kaart gebracht. Het was voor mij een toegeweide dagtaak, slachtoffers van heel jong tot oud in beeld te brengen. Opdat zij allen niet vergeten zullen worden.

Het curatorschap heb ik ongeveer een half jaar met bezieling uitgevoerd waarbij ik projecten begon te ontwikkelen op het vlak van het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hierbij kwam ik er al na twee weken achter dat als ik twee primaire bronnen met verzetsmensen combineerde, ik meteen al de grootste lijst met namen van verzetsmensen in Nederland voor elkaar had. Deze conclusie markeerde voor mij het begin van waar uit uiteindelijk de database van het Neerlandsch Verzetsmonument is ontstaan.

Al snel viel me op dat ik vele lijsten her en der verspreid tegenkwam die ten dele overlappingen met namen hadden maar zeker ook veel uitzonderingen! Zodoende werd het mijn missie om online zoveel mogelijk bronnen te gaan verzamelen om de lijst met namen verder te ontwikkelen. Dit liep al snel uit de klauwen toen ik de omvangrijke Erelijst der gevallenen begon in te voegen in de totaal lijst. De Erelijst van Gevallenen 1940-1945 is in Den Haag opgericht ter nagedachtenis aan bijna 18.000 Nederlanders die waar ook ter wereld tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen zijn omgekomen. De lijst in ingedeeld in vijf groepen: militairen van de Koninklijke Landmacht, officieren en manschappen van de Koninklijke Marine, bemanningsleden van Nederlandse koopvaardijschepen, militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en leden van het Indisch verzet en tenslotte verzetsdeelnemers in Nederland. De database transformeerde met de Erelijst van een schamele 750 tot zo’n 10.000 namen.

Er ontstond een conceptueel meningsverschil over de locatie van mijn verzamelde immer groeiende lijst van verzetsstrijders op Geni.com. De vrije toegankelijk van dit project voor de doorsnee gebruiker maakte het ingewikkeld voor mij om de kwaliteit van informatie te bewaken. Ik had als curator geen enkele invloed hier op tenzij ik elk verzoek tot samenwerken zou gaan balloteren. Daarnaast had ik geen mogelijkheid om andere curatoren eventueel de toegang te weigeren als ik dat wenselijk zou vinden.

Ook al wilden ze mijn project graag binnen boord houden, besloot ik om deze reden het curatorschap en de daarmee verworven lidmaatschapsrechten naast me neer te leggen.

Geheel op mijzelf teruggeworpen zette ik mijn werk voort met het verzamelen van bronnen en het verwerken daarvan. Het werd een complete dagtaak voor mij en ik voorzag dat de groei van de lijst met namen alleen maar toe zou gaan nemen. Daarom besloot ik uiteindelijk om hiervoor een website te gaan bouwen.

Simultaan met de start van de website ben ik ook een Startpagina begonnen te beheren om het brede aanbod van bronnen m.b.t. de verzetsstrijders in kaart te brengen. Zie http://verzetsstrijders.startpagina.nl/
Deze bekende linkpagina Startpagina.nl is een gecureerde verzameling links naar andere relevante websites. Kortom, het is het beginpunt van een internetreis, zowel voor een specifieke site als portaal naar het web.

Curriculum Vitae van het Neerlandsch Verzetsmonument

Groep 2000

In opdracht van Paul van Tongeren heb ik tientallen leden van de Groep 2000 kunnen opsporen waardoor getuigenissen konden worden opgetekend die allemaal zijn verwerkt in het boek Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetshelden van Groep 2000, geschreven door Paul van Tongeren en Trudy Admiraal. (Paul is de neef van Jacoba)

Om de websitekosten te kunnen dekken heb ik een aantal jaren de website van Stichting Jacoba van Tongeren onderhouden en verder ontwikkeld.

De Vrouwen van Trouw

Ik heb een aantal jaar terug meegewerkt aan onderzoek naar de vrouwen die verzet pleegden ten dienste van de Trouw-groep in samenwerking met Trouw journalist Rianne van Oosterom. Naar aanleiding hiervan heeft zij een artikel in januari 2024 gepubliceerd: Wie waren de 288 ‘Vrouwen van Trouw?
Deze samenwerking is nog steeds actief. Een voortzetting van dit project is aanstonds.

‘Truus’ Children

In opdracht van Special Eyes film productions verrichtte ik nabestaanden onderzoek voor de documentaire Truus’ children omtrent het leven van Truus Wijsmuller die het leven van duizenden joodse kinderen heeft gered.

Webarchief

Sinds 10 juli 2020 is het Neerlandsch Verzetsmonument verzekerd van haar voortbestaan middels Het Webarchief, één van de digitale collecties van de Koninklijke Bibliotheek. Hiermee heb ik een permanente positie verworven in het digitaal erfgoed van Nederland. Dat houdt in dat wanneer ik ooit zou stoppen met het verder ontwikkelen van de database, deze daarna tot in de eeuwigheid raadpleegbaar zal blijven in hun studiezaal.

Van Gisteren

Medio 2022 heb ik in opdracht van Van Gisteren werk verricht met betrekking tot het produceren van statistieken. Dit was onderdeel van hun research voorafgaande aan hun publicatie over vrouwen in het verzet: Verzetsvrouwen. Een onderbelichte geschiedenis

Van Gisteren is een bureau voor publiekshistorische projecten waarbij ze de geschiedenis toegankelijk willen maken. Ze willen ook vergeten verhalen weer zichtbaar maken en streven naar een meer inclusieve geschiedschrijving.

Scouting Nederland

Sinds medio 2020 werk ik samen met directeur Fedde Boersma van Scouting Nederland. Hij is na 25 jaar dienstverband afgetreden in januari dit jaar. Hij probeert desalnietemin nog steeds biografische gegevens van Scouts te verzamelen die verzet hebben gepleegd. Mijn definities van verzet worden door hem daarbij absoluut gerespekteerd. De verzamelde personen voorziet hij van een biografie en voegt daarbij een heleboel bronnen toe. Ik wil hem graag uitnodigen om zitting te nemen in mijn comité van aanbeveling.

Geen Makke Schapen

Op verzoek van voedseldeskundige en auteur Martijn Katan heb ik wat onderzoek verricht voor zijn boek Geen makke schapen; een persoonlijke geschiedenis van joods verzet. Bij zijn inleidend hoofdstuk beschrijft het hij het joodse verzet in Nederland in bredere zin. Het grote aantal verzetsmensen onder Katans verwanten blijkt geen uitzondering te zijn. De cijfers laten volgens hem zien dat het percentage verzetsstrijders onder joden hoog was en vermoedelijk hoger dan onder Nederlanders in het algemeen. Veel meer joden dan tot nu toe werd gedacht lieten zich niet als makke schapen wegvoeren, maar vochten terug.

Zoekmachines:

Er zijn minstens 3 tot 4 verschillende genealogische zoekmachines op het internet waarvan je gebruik kunt maken, en soms ook meerdere moet gebruiken om personen volledig in beeld te krijgen. Omdat geen enkele zoekmachine ALLE informatie compleet omvat heb je ze ook alle 4 wel soms nodig. Dan nog zijn er nog lokale organisaties die niet aangesloten zijn bij landelijke zoekmachines zoals Wie Was Wie (Centraal Bureau van de Genealogie), Open Archieven, Familysearch (Mormonen website).

De kranten zoekmachine Delpher is soms nodig om geboorte, huwelijks of overlijdens advertenties te onderzoeken. Daarnaast zijn daar ook artikelen te vinden die een hoop biografische informatie op kunnen leveren. Ook zijn onofficiele bronnen als Geni.com, Geneanet best handig voor mogelijke aanwijzingen.

Waarom is dit genealogische onderzoek nodig? Dubbele namen in de database kunnen onder andere worden onderscheiden doormiddel van geboortedata. Het genealogisch in kaart brengen van een persoon is dus soms noodzakelijk om het onderscheid tussen twee verschillende personen te kunnen maken met dezelfde voor en achternaam. Of is juist het tegendeel wat moet worden bewezen wanneer het juist om 1 en dezelfde persoon gaat. Dan moeten de personen worden samengevoegd inclusief bronnen die daaraan gekoppeld zijn. Ook kunnen familiebanden een hint zijn over betrokkenheid bij verzetsactiviteiten.

Kwestie NOB zoekmachine versus NV:

Stichting Neerlandsch Verzetsmonument is tussen 2020 en 2025 officieel partner geweest van de website Oorlogsbronnen.nl, ontwikkeld door Netwerk Oorlogsbronnen, inmiddels overgenomen door het landelijk initiatief WO2net. Deze zoekmachine spitst zich toe op het verzamelen van beschikbare bronnen over personen in oorlogstijd binnen het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden. Een startpunt voor historisch onderzoek naar personen in de Tweede Wereldoorlog en verwijst naar de bronnen waar deze informatie op gebaseerd is. Daarvoor was mijn website van verzetsstrijders een welkome aanwinst voor hen en voor mij ging het me ook om de erkenning en naamsbekendheid voor het werk wat ik verricht.

Onlangs heb ik de samenwerking beëindigd omdat bleek dat geen enkele naam in hun zoekmachine nog verwees naar mijn database als mede-bronverstrekker terwijl altijd de suggestie werd gewekt dat dit wel het geval zou moeten zijn.

Het begin van onze samenwerking ging niet vanzelf. We hebben vele afspraken gehad in Amsterdam waar we de samenwerking bespraken. Telkens was ik niet helemaal overtuigd van hun opzet en daarmee de meerwaarde om mijn werk te koppelen aan die van hen.

Ik kon absoluut paralellen leggen tussen elkaars projecten. Ik benoemde mijzelf als de kleine kind-versie van hun megaproject waarbij zoveel mogelijk bronverstrekkers in Nederland hun gegevens zouden moeten gaan koppelen aan hun zoekmachine.
Hierbij was het zaak dat elke naam een apart digitaal bestand moest gaan vormen waaraan een heleboel informatie kon worden gekoppeld bij wijze van digitale kapstok.

Dat is bij mij nooit het geval geweest omdat mijn website veel meer op analoge wijze is opgebouwd. Waar je bij hen een naam kunt invoeren in een zoekvak en direct een hele boel info op je af komt, zo is dat bij mijn database heel anders. Men zal bij mij handmatig moeten scrollen om een persoon te traceren op een pagina met gemiddeld 800 namen. Als de naam is getraceerd kun je met de bronverwijzingen naar de legenda alwaar je doorgestuurd wordt naar de bronverstrekker.
NOB beschouwde dit als geen obstakel hoewel dat in de praktijk er toch wel heel anders uit is gaan zien, zo is gebleken. Er werd uiteindelijk naar slechts een fractie van de namen doorverwezen.

Mijn website is geen zoekmachine waarbij elke naam afzonderlijk vindbaar is met behulp van een geavanceerde programma die het mogelijk maakt om bijvoorbeeld spelfouten te negeren en met meerdere zoekresultaten te komen. Bij mij is van essentieel belang dat je handmatig dubbele namen van elkaar moet weten te onderscheiden. Dit kan dus bijvoorbeeld m.b.v. genealogisch onderzoek. Dat werk doet een zoekmachine niet voor je, die gegevens moet je er extern bij aanleveren zoals ik dat doe middels een genealogisch onderzoeksproject alwaar ik per persoon extra bewijsvoering kan plaatsen.
Dit dagelijkse ritueel van redactievoeren ontbreekt nog steeds in de Grote mensen database van NOB. Dit heb ik ze meerdere keren kenbaar gemaakt en nog steeds zullen ze daar niet toe geneigd zijn. Daar worden zij letterlijk niet voor betaald en daarmee basta, zo blijkt.

Tot slot

Vanavond heb ik jullie het verhaal verteld over hoe ik de weg heb afgelegd waarmee ik de vaardigheden heb ontwikkeld om onderzoek te verrichten, te netwerken, de mogelijk onderste steen boven te krijgen.
Het Neerlandsch Verzetsmonument is in die zin ontwikkeld voor aspirant onderzoekers zoals ik dat ook ooit ben geweest. Een opstapje waarmee mogelijk de eerste schreden zouden kunnen worden gezet richting de onthulling van een verborgen verzetsverleden van een ouder of grootouder. Ik wil graag voor deze mensen één van die eerste zoekresultaten op Google kunnen zijn waarmee een betekenisvolle ontdekkingsreis van start zou kunnen gaan.

Wat ik jullie nog niet heb verteld is een verhaal over mijn opa aan mijn vaders zijde.

Mijn nicht Pam ontdekte ergens in 2010 een portretfoto van ene Martin Andries de Jong op de website Digitaal Joods Monument. Hij had een huisartsen praktijk op de Maliesingel 36 in Utrecht.

Pam had die foto thuis eerder gezien in de handen van haar moeder die beweerde dat onze oma Gotlieb met deze man een buiten echtelijke relatie zou hebben gehad. Mijn opa en oma hebben jarenlang op loopafstand van de Maliesingel gewoond in Utrecht in de periode dat mijn oma twee dochters, mijn tantes Bep (1925 Nijmegen) en Nora (1926 Amsterdam) en een zoon, mijn oom Dolf (1927 Amsterdam) ter wereld had gebracht. Vanaf 26-04-1937 zijn ze verhuisd naar Amstelveen naar de Handweg alwaar mijn opa Ben Gazan senior een tandarts praktijk vestigde. Daar werden mijn twee tantes Lineke (1938) en Els (1941) geboren. Als laatste werd mijn vader op een onderduikadres geboren in Arnhem waarna hij direct in Amstelveen te vondeling werd gelegd op een adres alwaar hij als Joods kindje bij een ouderloos echtpaar katholiek werd opgevoed.

Martin Andries zou uit liefdseverdriet vrijwillig op transport zijn gegaan naar Auschwitz om als arts te dienen. Dit omdat mijn oma uiteindellijk toch had verkozen om samen met mijn opa Ben in onderduik te gaan. Althans, dit verhaal deed in onze familie de ronde. Is verder natuurlijk geen enkel bewijs voor verder.

Al mijn tantes hebben ook de oorlog overleefd. Mijn oom Dolf werd helaas opgepakt en afgevoerd naar kamp Melk, een berucht nevenkamp van het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk waar de gevangenen werden gedwongen tot het verrichten van zware arbeid. De omstandigheden in kamp Melk waren extreem zwaar, met slechte huisvesting, gebrek aan hygiëne en minimale medische zorg.
Hier is hij door honger en uitputting omgekomen op 03-04-1945.
Mijn Opa Ben werd na 2 jaar in onderduik ernstig ziek en overleefde dat niet omdat de juiste zorg hiervoor ontbrak.

Op 8 mei 2011 plaatste ene Toos Groen de bewuste foto van Martin Andries op Joods Monument die vervolgens door mijn nicht werd herkend. Ongeveer een jaar later kwam ik met deze Toos Groen in contact die in opdracht van een kleindochter van Martin Andries de bewuste foto had geplaatst. Die kleindochter bleek in een levenseinde kliniek te hebben gezeten. Via mevrouw Groen kwam ik vervolgens in contact met de echtgenoot van de inmiddels overleden kleindochter. Deze vertelde mij dat ik contact zou moeten opnemen met zijn schoonzus, namelijk de documentairefilmmaker Oeke Hoogendijk.

Op het moment dat ik haar toen belde was zij onderweg naar een evenement dat georganiseerd was in het kader van de Open Joodse Huizen | Huizen van Verzet in de stad Utrecht. Dit is een jaarlijks terugkerend programma in de vorm van sprekende herdenkingen op locatie. Er worden dan verhalen gedeeld over Joden en/of verzetsmensen alwaar zij hebben gewoond tijdens de oorlog. Oeke was dat jaar van plan om een verhaal te gaan vertellen over haar familie die daar had gewoond tijdens de bezettingsjaren.

In het kort probeerde ik Oeke uit te leggen waarom ik met haar in contact wilde treden. Tevergeefs, want zij onderbrak mij al heel snel. Zeer herkenbaar. Zal vast in de familie zitten??? Dat er drie kinderen bij een andere vrouw waren verwekt verbaasde haar helemaal niks. Zij kon zich een getuigenis herinneren van haar moeder waarbij twee kleine meisjes bij hun kort over de vloer waren geweest voordat zij naar een onderduikadres zouden worden gebracht. Dit bracht bij haar oma een ongemakkelijke sfeer teweeg. Oeke verklaarde dat de relatie van haar grootouders niet bepaald een gemakkelijke was geweest. Die twee kleine meisjes associeerde ik natuurlijk direct met mijn twee tantes Els en Lineke. Daar is verder natuurlijk geen enkel bewijs voor.

Volgens een dokument uit het Utrechts archief heeft Dr. De Jong toen vooral zijn geloofsgenoten zoveel hij kon geholpen, en stelde, met medeweten en goedvinden van zijn echtgenote, zijn woning steeds beschikbaar, wanneer dit nodig was. Voorts verstrekte Martin Andries deze mensen bewijzen, waarvoor hij als arts kon zorgen. Hij werkte voornamelijk samen met Ds Oberman alhier.

Bijna met zekerheid kan worden aangenomen, dat er door verraad van een zekere Kemp, in de nacht van 18 op 19 augustus 1942 een inval in de woning van dr. De Jong plaatsvond. Er waren toen verscheidene Joodse kinderen in huis. Ook Ds Oberman werd die nacht gearresteerd.

Martin Andries kwam in kamp Westerbork terecht alwaar hij Gesperrt was om zodoende te kunnen functioneren als kamparts. Die Sperre heeft geen lang stand gehouden en werd afgevoerd naar Auschwitz alwaar hij werd vermoord op 19 oktober 1942. Terwijl hij werd afgevoerd moet hij geweten hebben van de aanstaande bevalling van mijn oma.

De hele familie Gazan ging afzonderlijk van elkaar in onderduik op het moment dat opa Ben zijn beroep niet meer mocht uitoefen en zodoende gedwongen werd te verhuizen naar de Diamantstraat 53 huis op 25 november 1942. Dit vond plaats 12 dagen voordat mijn vader op 7 december 1942 ter wereld kwam op het onderduikadres in Arnhem.

Op mijn beurt vertelde ik Oeke over de sterke fysieke gelijkenissen in het gelaat van mijn twee tantes en mijn vader. Tot en met mijn zuster aan toe is de gelijkenis zichtbaar. Ik vertelde over de foto die Toos Groen op Joods Monument had geplaatst en dat wij zelf de foto ook in familie bezit hadden.

Mijn vader, mijn tante Els en Oeke Hoogendijk zijn er voldoende van overtuigd dat Martin Andries de Jong 3 buitenechtelijke kinderen heeft verwekt bij mijn oma. Er is geen behoefte om hier DNA tests aan te spenderen. En daarmee heeft een tragisch verhaal toch een soort identiteit toegevoegd aan iedereen waar in berusting is gevonden.